Bedrijfs- en omgevingsomstandigheden voor de gasgenerator

(1) Omgevingstemperatuur voor aardgasgenerator 1 MW

De ondergrens is 25℃;

De bovengrens ligt tussen 40 ℃, 45 ℃ en 50 ℃.

Als de omgevingstemperatuur lager is dan -25℃, is extra gasverwarming nodig om een ​​vlotte opstart te garanderen.

Als de omgevingstemperatuur boven de 40℃ komt, wordt het nominale vermogen van de motor dienovereenkomstig verlaagd. Bij goede ventilatie wordt het nominale vermogen van de motor met 3% verlaagd als de omgevingstemperatuur met 5℃ stijgt.

500 kW gasgenerator-2

Hoogte niet meer dan 4000 m (Nominaal vermogen binnen 1000 m boven zeeniveau; 1000 m

Op de werkplek zijn geen elektrisch geleidende stoffen, corrosieve gassen of explosiegevaren toegestaan.

Verlichting is vereist indien er 's nachts gewerkt wordt, en een beschermhoes ter bescherming tegen regen en zonlicht.

Bliksembeveiliging is vereist indien werkzaamheden in open terrein plaatsvinden.

(2) Arbeidsomstandigheden voor aardgasgenerator 500 kW

  • Gaskwaliteit

Kwaliteitseisen voor gas: de chemische samenstelling van aardgas moet voldoen aan de normen die zijn vastgelegd in de GB 17820-2012 GB 17820-2012 Aardgas als volgt.

 

Aanvragen voor de chemische samenstelling van aardgas

Item Parameter
Calorische waarde/(MJ/m³) ≥31,4
Totaal zwavel/(mg/m³) ≤200
H2S/(mg/m³) ≤20
CO2, % ≤3
Dauwpunt/°C 5℃. Het dauwpunt moet 5℃ lager zijn dan de laagste transporttemperatuur onder de kruispuntdruk.
1. De standaardreferentieconditie voor het gasvolume zoals vastgelegd in deze norm is 101,325 kPa bij 20 °C.
2. Het dauwpunt mag niet hoger zijn dan -25℃ als de temperatuur van het uiteinde van de buis onder transportomstandigheden -25℃ bedraagt.
3. Voor het aardgas dat de pijpleiding binnenkomt, moet de dauwpuntsdruk de hoogste transportdruk zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LET OP: De gasdrukvereisten variëren afhankelijk van de configuratie van het apparaat. De gasinlaatdruk kan tussen 3 kPa en 20 MPa liggen.


Geplaatst op: 25 november 2022